De Keerkring - Opvoedingstelefoon

Opvoedingstelefoon

078 15 00 10

(zonaal tarief)

MA-DI-VR: 10u-13u / 14u-17u
DO: 10u-13u / 14u-17u / 19u-21u
Meer info

Nuttige links

Straffen en belonen

“Opvoeden is het gewenste gedrag aanleren en het ongewenste gedrag afleren door middel van straffen en belonen” zo lezen we wel eens in de vakliteratuur.
Dat “straffen en belonen” een middel, een techniek is om duidelijk aan te geven wat kan en wat niet kan, is zeker waar. Maar opvoeden is gelukkig meer, en kinderen zijn geen zielloze wezens die je zomaar kunt “africhten”.

Karakteristiek voor deze tijd is dat men meent ook opvoeden te kunnen terugbrengen tot technische ingrepen, analoog aan het medische handwerk. Weten welke ingreep op welk moment in een ontwikkeling moet worden toegepast, is in de techniek vaak een must. Iedereen echter die op dezelfde mechanische manier over opvoeden denkt, gaat voorbij aan het wezenlijke, nl. dat opvoeden gericht is op ontplooiing, waarbij het kind de kans moet krijgen om zijn eigenheid te ontwikkelen. De taak van de opvoeders bestaat erin deze ontwikkeling te begeleiden en te bevorderen.

Een extra knuffel

In onze maatschappij is straffen bij ongewenst gedrag nog steeds vanzelfsprekender dan het belonen bij goed gedrag. Straffen staat dikwijls op het voorplan.
Als je 3-jarige kleuter bij elke maaltijd zijn eten op de grond gooit, is het uiteraard nodig om hier paal en perk aan te stellen. Straffen is dan een middel om duidelijk te maken dat dit gedrag niet kan. Voorwaarde is dat de straf in verhouding staat tot het ongewenste gedrag en dat ze er onmiddellijk op volgt. Straffen zal pas effect hebben als je kind (onbewust) het verband legt tussen zijn gedrag en de straf.
Als hij dan een volgende keer wel rustig eet, mag dit ook eens beloond worden. Een extra knuffel, een prijzend woordje “nu ben je al een grote jongen!” is ook een vorm van belonen.
Een andere manier van belonen is ingaan op wat je kind leuk vindt. Eens samen spelen, een extra verhaaltje voorlezen, eens naar de speeltuin gaan, het zijn allemaal manieren om positieve aandacht te geven en dus van belonen.

Even stilstaan en afstand nemen

Of de straf al dan niet efficiënt is, hangt van verschillende factoren af. Is men consequent bij het straffen? Is de straf in verhouding? Begrijpt het kind waarom hij gestraft wordt? Zijn er onderliggende oorzaken die het moeilijke gedrag van het kind kunnen verklaren?...

Vaak genoeg zien ouders het ophouden van ongewenst gedrag als hun eigen verdienste. “We hebben juist gereageerd, we hebben goed gestraft, we hebben hem doen luisteren...” en gebruiken aldus straf als middel om macht uit te oefenen. Als de straf dan zijn effect mist, bestaat het gevaar dat ouders terecht komen in een machtsstrijd met hun kind. Men geraakt in een vicieuze cirkel waarbij enkel de negatieve dingen op de voorgrond komen en de machteloosheid van de ouders groter wordt.

Even afstand nemen is dan wenselijk. Overweeg eens wat je wilt bereiken, wat je motieven en gevoelens bij de situatie zijn, praat er met iemand over om dingen helder te krijgen en probeer vooral ook te begrijpen waarom je kind zich zo gedraagt. Hier even bij stilstaan kan een ander zicht geven op de situatie én op het gedrag van je kind waardoor je anders gaat reageren.

Dezelfde golflengte

Ook bij de opvoeding van grotere kinderen en pubers is de valkuil van de machtsstrijd groot. Straffen die in drift en woede worden uitgesproken, duiden onbewust op de machteloosheid van de ouder. Meestal missen ze hun effect omdat de jongere de straf als onredelijk ervaart of omdat de ouder, vanuit zijn boosheid, dreigt met onredelijk straffen die niet uitvoerbaar zijn.
Dreigementen zoals “Ik zet je het huis uit” of “Ik bel de politie“ hebben geen enkel effect. Even afstand nemen en de emoties laten bekoelen, is nodig om het probleem op een verstandige manier aan te pakken. Een verfrissende aanpak is bijvoorbeeld om je kind zeggenschap te geven in de strafmaat.

Bij jongeren is belonen eveneens op zijn plaats en zeker geen ondermijning van het ouderlijk gezag. De puberteit is dikwijls een tijd van grote onzekerheid waarbij jongeren op zoek zijn naar zichzelf. Ze zijn dan hypergevoelig voor kritiek en hebben nood aan positieve boodschappen. “Dat heb je goed gedaan.” “Ik ben trots op je” “goed dat je dat zelf hebt opgelost” doet hun zelfvertrouwen groeien en is een vorm van belonen.

Om het gewenste effect te bereiken bij straffen is het belangrijk dat de straf duidelijk is en dat ouders consequent zijn in het uitvoeren. Je kind straffen vraagt: er even tijd voor nemen, praten, kijken naar het effect, straf herhalen indien nodig. Straffen is dus een vorm van aandacht geven. Voor sommige kinderen is dit spijtig genoeg de enige vorm van aandacht die ze krijgen waardoor 'stout zijn of 'onhebbelijk zijn' onbewust een manier wordt om aandacht te vragen.

Dat beide ouders het eens zijn over opvoedkundige kwesties en daarbij op dezelfde golflengte zitten is uitermate belangrijk. Vader en moeder tegen elkaar uitspelen is voor sommige kinderen een geliefd spel en een handig middel om iets voor elkaar te krijgen. Overleg tussen ouders is dus van wezenlijk belang en vraagt ook tijd en aandacht.

Niet alleen wat je zegt maar ook hoe je het zegt, beïnvloedt de boodschap die je stuurt. Als je een straf geeft maar je twijfelt eigenlijk of die straf wel gegrond is, dan zal je kind dit aanvoelen. De kans om het gewenste effect te bereiken, wordt hierdoor kleiner.
Lichaamstaal werkt dikwijls sterker dan verbale communicatie. Dit vraagt van ouders om consequent te zijn tegenover zichzelf in plaats van zomaar in het wilde weg straffen te verzinnen.

Een goed overleg geeft de grootste kans op een goed effect. En door effectief te straffen zal er minder noodzaak zijn tot straffen.



Marit Vercouteren



«terug