Relatie ouders – school: het welzijn van het kind primeert
De relatie tussen ouders en school houdt dikwijls verband met de schoolresultaten van het kind. Toch zijn het vooral de minder begaafde leerlingen die het meest gebaat zijn bij een goede communicatie en samenwerking tussen beide partijen. In de praktijk blijkt dat juist bij de zwakkere leerling de samenwerking eerder stroef verloopt. Dan ontstaan de discussies en beschuldigt men elkaar over en weer.
Waar de verantwoordelijkheid ligt is niet zo eenvoudig af te bakenen. Zodra men echter de ontplooiing van het kind vooropstelt, zullen ouders en leerkrachten elkaar gemakkelijker tegemoet kunnen treden. Daarbij is goede communicatie een eerste vereiste.
Bondgenoten in opvoeding
Als je kind voor het eerst naar de kleuterschool gaat, wordt zijn leefwereld groter. Zolang je kind op school zit, zal de leerkracht de ontwikkeling van je kind mede beïnvloeden.
Het is de taak van de leraar om de leerling te begeleiden en de ouders te informeren en te adviseren. Ouders kunnen dan zelf over het advies beslissen. Zij blijven de belangrijkste figuren in de opvoeding. Toch is het goed dat ouders en leerkrachten bondgenoten zijn en samen beslissingen nemen die in het belang van het kind zijn.
Het komt vaak voor dat de leerkracht, hoewel met de beste bedoelingen, alleen maar opsomt wat er allemaal fout loopt en direct klaarstaat met zijn adviezen. Ouders voelen zich in zo’n situatie dikwijls niet gehoord. Het gevoel dat ze het als opvoeders niet goed doen, dat de leerkracht het allemaal beter weet, verstoort de samenwerking. Terwijl toch ouders én school als partners zouden moeten samenwerken aan de opvoeding en opleiding van de kinderen.
Postieve kanten belichten
Tijdens gesprekken tussen leerkracht en ouders is het goed dat de leerkracht een volledig beeld geeft van de leerling, niet alleen problemen aankaart maar ook benadrukt wat er goed gaat.
Ouders zullen zich dan, vanuit hun loyaliteit voor hun kind, meer betrokken voelen en eerder geneigd zijn kritiek te aanvaarden.
Als de weerstand vanuit het gevoel “mijn kind heeft het weer gedaan” wordt vermeden, ontstaat er meer openheid. Met als gevolg een constructievere houding en een betere basis om samen te werken aan de verdere begeleiding van het kind en/of jongere. Zelfs als ouders toegeven dat hun kind geen goede student is, kan de leraar de positieve kanten beter ook belichten. Op deze manier wordt bij ouders vertrouwen opgebouwd.
Verwachtingen bijstellen
Omgekeerd zijn er ook ouders die altijd klaarstaan met kritiek op school en leerkrachten. Die kritiek kan soms zeer kwetsend zijn. De betrokken persoon voelt zich aangevallen en gaat in de verdediging. Kritiek is echter niet alleen een uiting van ongenoegen met een bepaalde situatie, maar wordt vaak geuit als een vorm van zelfbescherming. Aan de basis hiervan liggen dikwijls teleurstelling en ontgoocheling van de ouders. Zij hadden andere verwachtingen van zoon of dochter. De confrontatie met de realiteit is pijnlijk en het vraagt tijd en moed om dit onder ogen te zien. De ouders moeten leren hun kind te aanvaarden met zijn of haar tekortkomingen. Dit betekent niet “laat de boel maar waaien” maar wel een houding van positieve en constructieve begeleiding in de zelfontplooiing van hun kind.
Steun is van onschatbare waarde
Een toenemend aantal kinderen leeft in niet-traditionele gezinnen, dikwijls ten gevolge van echtscheidingen. Dit bemoeilijkt maar al te vaak de communicatie tussen ouders en school, vooral als het contact tussen de ouders onderling conflictueus verloopt.
Veranderingen in hun leefwereld is voor deze kinderen heel ingrijpend. Ze gaan gepaard met heel veel onzekerheden en hebben dan ook hun effect op het algemeen welbevinden. Dit kan ook de schoolresultaten beïnvloeden.
Omdat ook ouders in deze periode heel wat te verwerken hebben, zijn ze dikwijls minder betrokken bij de schoolloopbaan van hun kind. Kinderen worden minder ondersteund in hun schoolwerk en er zijn ook minder contacten met de school. De soms moeilijke financiële situatie maakt dit alles nog zwaarder.
Begrip vanuit de omgeving en de school is dan een grote steun. Eerlijke en bezorgde leerkrachten, die in staat zijn om de kinderen vooral tijdens crisisperioden te steunen, zijn van onschatbare waarde, zowel voor de kinderen als voor de ouders.
Het kan echter nooit de bedoeling zijn dat de school de opvoedingstaak overneemt.
Een leerkracht kan de ouders nooit vervangen. Kinderen blijven altijd loyaal aan hun ouders. Ten opzichte van de ouders zal de leerkracht een ondergeschikte positie moeten innemen. Een leerkracht die de rol van ouder wel overneemt, biedt geen oplossing voor de problemen van het kind, maar zadelt het kind daarentegen met nog een probleem meer op.
De school krijgt van de ouders slechts een gedelegeerde opvoedingsverantwoordelijkheid. De ouders dienen enerzijds de verantwoordelijkheid van de school intact te laten en de school moet anderzijds de verantwoordelijkheid van de ouders niet overnemen.
Afwezigheidsbriefjes en baaldagen
Ook leerlingen hebben hun verantwoordelijkheid. Ouders hebben soms de neiging deze voor een deel op zich te nemen.
Als ouders een opgelegde sanctie tegen zoon of dochter aanvechten, getuigen ze van weinig vertrouwen in de school. Indirect geven ze aan dat hetgeen op school gebeurt niet zo belangrijk is en ondermijnen ze het schoolgezag. Het kind leert op die manier niet de gevolgen te dragen van zijn gedrag.
Het schrijven van een afwezigheidsbriefje als je kind geen zin heeft om naar school te gaan, is problemen ontvluchten en zal je kind niet helpen. Beter is het na te gaan waarom je kind niet naar school wil. Probeer de gevoelens van je kind te peilen. Is er ergens een probleem met leraar, klasgenoot of leerstof? Is hij of zij ergens bang voor? Is er sprake van schoolmoeheid? Het is zaak voor ouders om hier adequaat te reageren en tussen toegeeflijk of disciplinair optreden het juiste evenwicht te vinden.
Zijn er serieuze problemen, dan kan men best contact opnemen met school en CLB. Maar bedenk daarbij steeds dat iedereen al eens een baaldag heeft. Het kan ook op school niet altijd leuk zijn en moeilijke situaties doorstaan geeft je kind meer zelfvertrouwen. Wat een kind zelf aankan en of en wanneer het extra ondersteuning nodig heeft, is niet altijd eenvoudig in te schatten. Vertrouw daarbij eerst en vooral op je eigen intuïtie. Weet wat er omgaat in je kind en laat voelen dat hij of zij altijd bij jou terecht kan. Teveel bescherming en te vaak alle ongemak en pijn willen vermijden, is géén ondersteuning. Hierdoor wordt je kind juist meer afhankelijk en minder zelfstandig.
Voor het welzijn van onze jeugd is een goed partnerschap tusssen ouders en school van essentieel belang. Dit vraagt een houding van gedeelde verantwoordelijkheid: bereid zijn om samen te werken in een sfeer van gelijkwaardigheid, duidelijkheid en wederzijdse ondersteuning. Een positieve omgang en communicatie tussen ouders en school vormt de basis voor deze samenwerking. Dat kan alleen wanneer men elkaars verantwoordelijkheden in de opvoeding weet te onderscheiden en te erkennen.
Marit Vercouteren
Citaat:
“Alle gezinnen moeten de scholen van hun kinderen begrijpen. Alle scholen moeten de gezinnen waaraan zij dienst verlenen begrijpen. En alle scholen en gezinnen moeten begrijpen hoe ze elkaar kunnen ondersteunen met het oog op het welzijn van de kinderen waar ze samen verantwoordelijk voor zijn”.
J.L. Epstein
«terug
078 15 00 10