Opvoedingstelefoon

078 15 00 10

(zonaal tarief)

MA-DI-VR: 10u-13u / 14u-17u
DO: 10u-13u / 14u-17u / 19u-21u
Meer info

Nuttige links

Faalangst

Klamme handen, bonzend hart, snelle ademhaling, buikpijn,... Iedereen voelt dit wel eens bij spanning. De meeste mensen hebben geleerd hoe je met die spanning om moet gaan. Zij kunnen zulke angst omzetten in een prettige spanning die de concentratie verhoogt. En eenmaal gericht op de opdracht zelf, zal door die concentratie de spanning wegebben.

Kenmerkend voor faalangst is, zoals het woord al zegt, de angst om te falen of te mislukken. De angst blokkeert het normale denken en handelen.
Faalangst heeft iemand die de gespannen concentratie niet weet te richten op de opdracht zelf, maar alle energie stopt in het denken aan de kans of de zekerheid te zullen mislukken. Het gevolg is dan ook een situatie, waarin de opdracht inderdaad mislukt. Vandaar dat de angst blijft, zelfs groter wordt, en dus blijven de lichamelijke reacties op angst voortduren.
Angst op zich is nuttig. Het is een overlevingsmechanisme. Bij faalangst echter neemt de angst zodanig de overhand dat deze een overheersende factor wordt. Niet alleen in een bepaalde situatie, soms ook in iemands leven.

Wanneer iemand een prestatie moet leveren die door anderen beoordeeld wordt, kan faalangst optreden. Bij kinderen komt faalangst meestal voor op school.

De diverse verschijningsvormen van faalangst

Er zijn verschillende vormen van faalangst die ook in combinatie kunnen voorkomen:

  • Een “black-out” op een examen, paniek bij het geven van een spreekbeurt …. zijn vormen van cognitieve faalangst. Je denken blokkeert en je weet opeens niets meer.
  • Angst om afgewezen of negatief beoordeeld te worden in een groep noemen we sociale faalangst. Dit kan ingrijpend zijn in iemands leven. Door de angst blokkeren je sociale vaardigheden. Anderen begrijpen je gedrag niet en gaan mogelijk negatief reageren, zodat het lijkt of je angst nog terecht is.
  • Wie bang is fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijke handelingen in die mate dat de angst de motorische vaardigheid blokkeert, heeft last van motorische faalangst. Dit kan bijvoorbeeld optreden bij een rijexamen, bij sportprestaties of bij een podiumuitvoering.

Faalangst is niet altijd gemakkelijk te herkennen. Ze kan zich bij kinderen op verschillende manieren uiten. Het “moeten presteren en beoordeeld worden” doet zich voornamelijk op school voor, zodat het voor ouders niet altijd duidelijk is of er achter het gedrag van hun kind een vorm van faalangst schuilgaat.

Hoe kan men faalangst herkennen?

  • Faalangst komt niet alleen voor bij verlegen en teruggetrokken kinderen.
  • Sommige kinderen proberen hun faalangstproblemen diep in zichzelf te verstoppen. Als je vraagt hoe het met hen gaat, kruipen ze in hun schulp en geven ontwijkende antwoorden. Dit kan te maken hebben met de vrees dat iemand hun faalangst zou herkennen.
  • Een andere manier waarop kinderen hun faalangst verbergen, is brutaliteit. Door een agressieve houding proberen ze te voorkomen dat anderen hun ware, angstige gezicht zien. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat alle agressie van kinderen uit faalangst voorkomt. Agressie kent vele achtergronden, waarvan faalangst er één is.
  • Weer andere kinderen hangen voortdurend de clown uit. Zo proberen ze hun faalangst voor de buitenwereld te verbergen. Ook hier geldt dat dit soort gedrag niet altijd voortkomt uit faalangst, maar dat dit een van de oorzaken kan zijn.
  • Kinderen met faalangst zijn in spannende situaties soms hyperbeweeglijk. Ze kunnen moeilijk stilzitten en slapen slecht. Ze hebben last van buikpijn of hoofdpijn. Ook hier wijzen deze klachten niet altijd op faalangst. Wel is het belangrijk dat de ouders een mogelijk verband zien tussen zulke lichamelijke klachten en voor hun kind enerverende situaties en niet uitsluitend naar een medische verklaring zoeken.
  • Wanneer spanning iemand prikkelt tot het behalen van goede resultaten, spreken we in de meeste gevallen niet van faalangst. Als de inzet echter buitensporig is, kan faalangst de motor zijn om goed te presteren. Door de controle te verhogen, tracht men de angst te reduceren. Dit wordt positieve faalangst genoemd. Het levert wel goede resultaten op, maar heeft een zeer negatieve invloed op de kwaliteit van het leven. Bij kinderen heeft het een negatieve invloed op hun ontwikkeling.

Hoe ontstaat faalangst?

Kinderen met aanleg voor faalangst hebben weinig zelfvertrouwen en voelen zich onzeker. Dit ligt aan de basis van hun angst om te mislukken. Ze zoeken zekerheid en bevestiging en denken dit alleen te kunnen bereiken door te streven naar perfectie. Ze leggen de lat zeer hoog waardoor de spanning toeneemt.
Faalangst ontstaat door een combinatie van verschillende factoren. De persoonlijkheid wordt bepaald door de aanleg, die gevormd en gevoed wordt door omgevingsfactoren: ouders, gezin, buurt, school. Doorslaggevend is wat het kind zelf vanuit zijn aanleg met die omgevingsfactoren doet. Het heeft dus geen zin om hier te spreken over oorzaak of schuld. Zo simpel is het niet.
Faalangst kan ontstaan bij één kind terwijl een ander kind dat in dezelfde omgeving opgroeit in het geheel geen faalangst ontwikkelt.

Sommige omgevingsfactoren kunnen er echter toe bijdragen dat een kind met aanleg voor faalangst nog onzekerder wordt.

Bijvoorbeeld in een gezinsklimaat waarin negatieve kritiek overheerst. Want het steeds weer benadrukken van elkaars negatieve kanten draagt bij tot een grotere onzekerheid en een lager zelfbeeld. Net zoals - omgekeerd - complimentjes geven een kind doet groeien, het meer zelfvertrouwen geeft en weerbaarder in de wereld zet.
Ook in een omgeving waar ouders steeds de problemen van hun kind willen oplossen, zal faalangst eerder optreden. Begeleiden betekent iemand leren tegen problemen opgewassen te zijn. Aldus voeden we op tot zelfstandigheid. Dit wil zeggen dat er steeds afgewogen moet worden of je kind een situatie zelf al aan kan of nog niet. Aangeleerde hulpeloosheid leidt vaak tot faalangst.
Ook de maatschappelijke factor van de prestatiedwang is hier van invloed. Tijd noch moeite wordt gespaard om kinderen te stimuleren en te activeren. De mentaliteit overheerst van “iets niet kunnen kan niet!” Dit legt een zware druk op kinderen en maakt de kans op faalangst alleen maar groter.

Bepaalde gezinssituaties geven soms onbewust aanleiding tot faalangst:

  • Wanneer de relatie tussen ouders stukloopt, kan het kind gedrag gaan vertonen dat wijst op faalangst. Dan eist het onbewust meer aandacht op en vraagt zijn ouders als het ware samen meer energie in de gezinssituatie te stoppen.
  • Als één of beide ouders faalangst vertonen, kan het gebeuren dat kinderen vanuit hun loyaliteit deze angst overnemen.
  • Alle gezinssituaties waarbij er een gebrek is aan zelfgevoel, zelfwaardering en zelfstandigheid kunnen de onderliggende oorzaken van faalangst zijn.

Wat typeert kinderen met faalangst?

Faalangst heeft alles te maken met hoe een kind zichzelf ziet en waardeert. Het negatieve zelfbeeld en de vrees om te mislukken overheersen hun denken.
Kinderen met een overwegend negatief zelfbeeld tonen weinig initiatieven, geven gauw op en trekken zich snel terug uit contacten met anderen. Succes wordt toegeschreven aan toeval of geluk. Ze denken dikwijls dat ze de enigen zijn met zulke problemen. Hun gedachten zijn niet zozeer geconcentreerd op de opdracht zelf, maar vooral op de vraag hoe mislukking te voorkomen. Om dit te vermijden willen ze alles perfect doen. Ze staan zichzelf niet toe fouten te maken. Zo ontstaat uiteraard meer spanning met als gevolg dat ze vaak situaties, waarin mislukken dreigt, proberen te omzeilen. Dit noemen we vermijdingsgedrag.

Hoe kan men kinderen helpen met faalangst om te gaan?

Een begripvolle omgeving scheppen:

  • Ouders kunnen hun kinderen erop wijzen dat faalangst menselijk is, bij het dagelijkse leven hoort en dat iedereen er wel eens last van heeft.
  • Als ouders ook hun eigen tekortkomingen kunnen erkennen, leren ze hun kinderen dat niemand perfect is. Mislukken mag best wel eens.
  • Stel geen hooggespannen verwachtingen en help je kind ook van zichzelf niet te veel te eisen.
  • Maak acceptatie niet afhankelijk van prestaties. De inzet is belangrijker dan het resultaat.
  • Tracht bij paniek niet zelf nerveus te worden. Meeleven is begrijpen en is een grote steun. Als je echter meegaat in de emotie van je kind, wordt de spanning bij het kind groter. Probeer zelf rustig te blijven.

Er samen over praten:

  • Faalangstbegeleiding vraagt om inleving in wat het kind over zichzelf denkt, vindt of voelt. Het is belangrijk dat ouders hun kind serieus nemen. Toon begrip voor hun angsten, ook al vind je ze onterecht.
  • Positieve reacties en waarderende woorden zijn belangrijk voor hun zelfbeeld. Houd rekening met de mogelijkheid dat ze niet ontvankelijk zijn voor je waardering, dat ze je niet geloven (je zegt dat zomaar) of dat ze het minimaliseren (zo speciaal was dat nu ook niet). Door echter het verband te leggen tussen een behaald succes en hun eigen inbreng en inzet, stimuleer je hun gevoel van eigenwaarde.

Leer ze anders denken:

  • Kinderen met faalangst geloven dat zij geen invloed hebben op hun denken. Hun negatieve zelfbeeld en hun angst voor mislukkingen bepalen hun denken. De gevoelens die daarbij ontstaan, bepalen hun gedrag. Door hun denken te veranderen zullen ook hun gevoelens en gedrag veranderen.
  • Elke gebeurtenis geeft aanleiding tot gedachten. Ouders kunnen samen met hun kind onderzoeken of zijn of haar gedachten al of niet stroken met de werkelijkheid.
  • Vervang vaste denkpatronen door bruikbare, opbouwende gedachten. Dit kost veel moeite omdat het kind vaak vastzit in denkpatronen die gedurende jaren vorm hebben gekregen.
  • Help het kind reële doelen te stellen.
  • Vooral oplossingen die het kind zelf ontdekt en zich eigen maakt, zullen het vooruithelpen. Ouders kunnen hun kind hierin ondersteunen en stimuleren.

Leer ze omgaan met lichamelijke spanning:

  • Angst leidt tot lichamelijke reacties. Ouders kunnen hun kind leren omgaan met lichamelijke spanning. Spanning veroorzaakt soms een versnelde ademhaling. Je krijgt greep op de spanning als je je ademhaling rustiger kunt maken. Dit vraagt wel wat oefening.
  • Ook de spieren zijn gevoelig voor spanning. Deze spierspanning kan na een tijdje leiden tot verkramping. Door je bewust te worden van deze spanning kun je leren om de spieren bewust los te laten, dus te ontspannen.

Faalangst bij kinderen doet zich dikwijls voor op school bij toetsen en examens. Samenwerking tussen ouders en school is in dit geval belangrijk. In overleg kan er dan gezocht worden naar een geschikte begeleiding van het kind zoals huiswerkbegeleiding en het helpen uitstippelen van studiemethodes.



Marit Vercouteren

Bron:
Nieuwenbroek, Ard. “Faalangst en ouders”

«terug