Agressief gedrag, driftbuien... Hoe pakken we het aan?
Roepen en tieren, slaan en schoppen, zich op de grond gooien, speelgoed kapot maken...Veel ouders zitten met de handen in het haar. Ze weten niet hoe ze het beste kunnen reageren en voelen zich machteloos en onzeker. Zelf kwaad worden heeft ook niet het gewenste effect, maar maakt het meestal alleen erger.
Hebben we een lastig kind of zijn we geen goede ouders?
Veel pedagogen waarschuwen tegenwoordig voor toenemend geweld onder kinderen en jongeren. Toch zijn het vaak volwassenen die veel kinderen een voorbeeld van agressief gedrag geven. Ze schelden op andere automobilisten, ruziën met collega’s of echtgenoten. Ook via de televisie, video of computerspelletjes krijgen kinderen de boodschap dat het oplossen van problemen dikwijls samen gaat met fysiek of verbaal geweld. Een ook al gaat het er bij jullie thuis rustig aan toe, dat is nog geen garantie dat je kind nooit driftig zal worden.
Boosheid en frustratie
Agressief gedrag is niet aangeboren. Toch laten de meeste jonge kinderen wel eens agressief gedrag zien. Agressief gedrag bij baby's ontstaat spontaan. Baby's zijn nog heel erg lichaamsgericht en ook hun boosheid of frustratie uiten zij op een heel lichamelijke manier. Heel begrijpelijk want welke andere mogelijkheid heeft een jonge baby om zich te uiten, behalve huilen?
Agressief gedrag is op jonge leeftijd dus al zichtbaar. Al bij zes maanden oude baby's valt er agressief gedrag waar te nemen. Sommige baby's van deze leeftijd duwen, schoppen en slaan al wanneer ze de kans krijgen. Voor ouders een hele opgave om hier gepast op te reageren!
Gevoelens van boosheid bij jonge kinderen kunnen ook zeer overdonderend zijn. Voor de ouders maar ook zeker voor het kind. Jonge kinderen kunnen heel erg in de knoop raken door hun gevoelens en daardoor tijdelijk geen controle hebben over hun reactie. Dit kan voor het kind heel beangstigend zijn. En ook ouders worden geconfronteerd met hun eigen boosheid en frustratie. Zowel het kind als de ouders zullen moeten uitzoeken hoe ze hier mee moeten omgaan.
Als een kind door te huilen en boos te zijn, haar of zijn zin krijgt, heeft het ‘met succes’ agressief gedrag gebruikt. Daarom is het nodig dat ouders eerst hun eigen gedrag veranderen om het gedrag van hun kinderen te kunnen beïnvloeden. Dit inzicht is al een grote stap op weg naar een oplossing van het probleem. Agressief gedrag heeft dus niets te maken met een ‘karaktertrek’, het is een manier van communicatie. Een kind is dus niet gemeen maar vertoont gewoon ongewenst gedrag.
Soms is er meer aan de hand
Kinderen groeien op en hun leefwereld wordt groter. Hun gevoelswereld wordt rijker en complexer waardoor diverse oorzaken aanleiding kunnen zijn voor agressief gedrag.
Niet alleen boosheid en frustratie kunnen agressief gedrag veroorzaken, maar bijvoorbeeld ook angst, stress, onzekerheid, schuldgevoelens, jaloersheid, teleurstelling en dergelijke.
Het is dus niet altijd gemakkelijk om het verband te zien waar het gedrag mee samenhangt.
Ook de ontwikkeling van het kind gaat samen met een verandering van de gevoelswereld.
Peuters kunnen al hevige driftbuien vertonen zoals menig ouder kan beamen. Op deze leeftijd ontdekken kinderen steeds meer dat ze een individu zijn, een persoon, met eigen behoeften en wensen. Ze willen heel graag hun eigen wil doordrijven en ze proberen uit waar de grenzen liggen. Hier spreken we dan ook van de ‘koppigheidsfase’ en dit kan gepaard gaan met enorme driftbuien en een flinke hoeveelheid boosheid.
Als je kind naar de kleuterschool gaat, komen er weer nieuwe ervaringen bij. Het contact met andere kinderen en de eisen van de school vragen soms heel wat van je kind. Als het kregelig is en snel boos wordt, kan dit te maken hebben met spanning en angst. Misschien voelt het zich eenzaam in de klas, of wordt het gepest. Een gesprek met de kleuterjuf kan helpen om zijn gedrag te begrijpen.
Welke ouder van opgroeiende pubers kent niet de hevige woedebuien en het slaan met deuren? Ook nu zit je kind in een periode waarbij er lichamelijk en emotioneel veel verandert en dit gaat samen met gevoelens van onzekerheid en verwarring. Het is dus belangrijk dat kinderen reeds op jonge leeftijd leren om met deze gevoelens om te gaan zodat ze niet hun toevlucht moeten zoeken in agressief gedrag. Wanneer het niet wordt afgeleerd, blijkt agressief gedrag bij het ouder worden toe te nemen en voor veel problemen te zorgen. Op lagere schoolleeftijd kan agressief gedrag het leren sterk bemoeilijken met slechte leerprestaties tot gevolg. Agressie in de puberteit kan leiden tot spijbelen, schadelijk middelengebruik en problemen in het sociale verkeer.
Hoe kunnen we ons kind helpen?
De eerste jaren zijn zeer belangrijk voor de sociale ontwikkeling van een kind en in deze fase moet het kind leren zijn of haar agressieve gedrag onder controle te krijgen. Het kind gebruikt slaan en schoppen als een middel om met bepaalde gevoelens om te gaan. Deze gevoelens horen bij je kind. Het moet alleen leren om ze op een gepaste manier te uiten. Ouders kunnen hun kind helpen door het agressieve gedrag af te keuren zonder daarbij de gevoelens van hun kind te negeren.
Kleine kinderen zijn nog niet in staat hun gevoelens te verwoorden. Bij baby’s kan je meestal je intuïtie volgen om te weten wat eraan scheelt: honger, slaap, natte pamper, enz. Toch is het niet altijd mogelijk te weten wat de behoeften zijn en eraan tegemoet te komen. Reeds van bij de geboorte hebben baby’s te maken met frustraties en het is belangrijk dat zij leren hiermee om te gaan. Het is dan ook normaal dat je baby wel eens huilt ook al heeft hij alle nodige zorg gekregen. Alleen als je baby zoveel huilt dat je het als een probleem of een belasting ervaart, kan er meer aan de hand zijn (zie artikel huilbaby’s).
Als je kind groter wordt, komt het meer in contact met de buitenwereld. Als ouder weet je niet altijd wat je kind overdag heeft meegemaakt en dikwijls is niet meteen duidelijk waarom je kind driftig wordt. Je moet dan gissen naar de reden van dit gedrag. Bij peuters en kleuters helpt wel eens het voorlezen van verhalen en sprookjes of het bekijken van prentenboeken. Misschien herkent je kind zich in de gevoelens van een van de personages. Uit de reacties van je kind kan je veel te weten komen. Kinderen kunnen zo meer bewust worden van hun gevoelens maar ook van bepaalde behoeften. Als deze behoeften niet vervuld kunnen worden, kan er teleurstelling en frustratie ontstaan. Het is voor je kind belangrijk om hiermee te leren omgaan. Ook in het dagelijkse leven is het niet realistisch dat behoeften onmiddellijk bevredigd worden.
Je kind wordt groter en mondiger en om bepaalde situaties te klaren volstaat het vaak dat hij of zij hun verhaal kunnen doen. Door goed te luisteren en begrip te hebben voor hun gevoelens, help je hen dan meer duidelijkheid voor zichzelf te scheppen. Het is dan goed om even terug te koppelen met vragen zoals ‘ben je daar bang voor?,’ of ‘ben je daar verdrietig om ?’ Zo kan je kind zijn gevoelens gemakkelijker onder woorden brengen en ontdekt hij vaak dat hij eigenlijk niet boos is maar dat er iets anders aan de hand is, bijvoorbeeld verdriet, teleurstelling, angst... Het is niet nodig om onmiddellijk klaar te staan met oplossingen. Het beste is om samen met je kind zelf naar oplossingen te zoeken. Door op verhaal te komen, voelt je kind zich reeds gesteund. Enkel in situaties die hij zelf niet aankan, bijvoorbeeld gepest worden, is het soms wenselijk om nog verdere stappen te zetten.
Gevoelens kan je niet bestempelen als goed of slecht. Door niet te veroordelen maar je kind de ruimte te geven om deze gevoelens te hebben, help je hem om er op een positieve manier mee om te gaan. Door begrip op te brengen en de gevoelens van je kind niet af te wijzen, ben je reeds een grote steun. Er is niets mis met het hebben van een bepaald gevoel, ook al zijn dit gevoelens van jaloersheid, schuld of boosheid. Wel moeten kinderen leren om ze op een andere manier te uiten! Agressief gedrag lokt andere agressie uit. Alleen een duidelijke boodschap vanuit de omgeving, leert je kind dat agressie, zowel fysiek als verbaal, niet geaccepteerd wordt. Het komt er dus op neer om je kind bewust te maken van zijn gevoelens en het te leren om er op een andere manier mee om te gaan. Een hele opgave, want dikwijls hebben we dit zelf ook niet altijd onder controle.
Hoe reageren?
Boos zijn is een heel gewoon gevoel dat iedereen wel eens ervaart. Het hoort ook bij het opgroeien. Als ouder ben je wel eens boos op je kind en ieder kind heeft wel eens reden om kwaad te zijn. Zo reageren ouders ook dikwijls boos als hun kind een woedeaanval krijgt. Dit is zeer goed te begrijpen. Ze weten gewoon niet hoe ze het moeten aanpakken en voelen zich machteloos. Maar tijdens deze driftbuien is je kind eigenlijk niet goed bereikbaar en ook niet makkelijk te troosten. Hij wordt als het ware overspoeld door boosheid. Boos zijn of troosten op het moment van de driftaanval is dan vaak niet wenselijk. Je kind is er op dat moment niet ontvankelijk voor. De boosheid moet er uit en zal anders op een ander moment wel naar buiten komen.
De beste reactie is om je zoon of dochter op een veilige plek te laten uitrazen. Zo kunnen ze tot rust komen. Je kan dan als ouder ook even afstand nemen en zo voorkom je dat je zelf onredelijk boos wordt. Als hij of zij gekalmeerd is, zal het voor jou ook gemakkelijker zijn om ze te troosten.
Daarbij is het zaak om zelf rustig te blijven en begrip te tonen voor de boosheid van je kind, maar niet te zwichten voor de boosheid. Als je kind boos wordt omdat hij zijn zin niet krijgt, kan je dit misschien wel begrijpen maar daarom nog niet goedkeuren. Door consequent te blijven en niet toe te geven, leert je kind dat een driftbui niet een manier is om zijn zin te krijgen. Het is goed dat ouders beseffen dat hun kind dit niet met opzet doet. Je kind zit immers zelf in de knoop en is gefrustreerd.
Een kind dat agressief gedrag vertoont, heeft hulp en liefde nodig. Laat hem voelen dat je er voor hem bent, ook al vertoont hij agressief gedrag. Je keurt zijn gedrag af maar niet zijn persoon. Toon je kind dat je van hem houdt en dat deze liefde onvoorwaardelijk is. Liefde accepteert de ander zoals hij is.
Voor ouders is het niet vanzelfsprekend om rustig te blijven als zoon of dochter begint te brullen Het kan soms heel vermoeiend zijn en danig op de zenuwen werken. Ben je zelf moe of gespannen dan ontbreekt de energie en het geduld. Daarom is het goed dat je bij je partner of bij iemand anders terecht kan voor de nodige steun. Wordt het echt te veel, dan kunnen zij misschien wel enkele uurtjes op zoon of dochter passen zodat je zelf je batterijen kan opladen. Dit komt je kind ten goede. Want door gepast te reageren, leer je hem op een betere manier met zijn boosheid om te gaan.
Marit Vercouteren
Bron: www.opvoedadvies.nl
«terug
078 15 00 10